Box 3: hoe de belasting op sparen en beleggen werkt in 2026 — forfaits, heffingsvrij vermogen en 36 %
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat vermogen belast: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen minus schulden, gemeten op de peildatum 1 januari. De Belastingdienst rekent niet met het echte rendement maar met forfaitaire percentages per vermogenssoort, trekt het heffingsvrij vermogen af en belast het fictieve rendement tegen 36 % (2026).
De rekensom 2026: banktegoeden tellen voor 1,28 % (voorlopig percentage, definitief na afloop van het jaar), beleggingen en overige bezittingen voor 6,00 %, en schulden boven de drempel van € 3.800 (€ 7.600 met fiscaal partner) voor 2,70 % aftrek. Van de rendementsgrondslag gaat het heffingsvrij vermogen af (€ 59.357, € 118.714 met partner); over het fictieve rendement op de rest betaal je 36 %. Alleenstaand met € 100.000 spaargeld: over € 40.643 rekent de fiscus 1,28 % ≈ € 520, belasting ≈ € 187.
6,00 % en niet 7,78 %: op Prinsjesdag 2025 stelde het kabinet voor het forfait voor overige bezittingen te verhogen naar 7,78 % en het heffingsvrij vermogen te verlagen naar € 51.396. Bij de behandeling van het Belastingplan 2026 is dat geamendeerd naar 6,00 % en € 59.357. Pagina's die met 7,78 % rekenen, gebruiken het ingetrokken voorstel.
Wat erin zit: spaar- en betaalrekeningen, beleggingen, crypto, vorderingen, een tweede of verhuurde woning (WOZ-waarde, bij verhuur soms met leegwaarderatio), contant geld boven de vrijstelling. Wat erbuiten valt: de eigen woning waarin je woont (box 1), pensioen en lijfrente, en de auto. De mix bepaalt de aanslag: spaargeld wordt bijna vijf keer lichter belast dan beleggingen.
Tegenbewijs: sinds de Wet tegenbewijsregeling box 3 (2025) mag je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait en betaal je over het werkelijke rendement, via het formulier Opgaaf werkelijk rendement. Het werkt maar één kant op: was je rendement hoger, dan geldt het forfait. Vanaf 2028 wil het kabinet box 3 volledig op werkelijk rendement baseren.
Maak per 1 januari een foto van je vermogensmix: spaargeld, beleggingen en schulden apart. Verschuiven vlak voor de peildatum wordt door de Belastingdienst getoetst, maar de mix bepaalt legitiem je aanslag. Richify laat de verdeling op elke datum zien en rekent de box 3-belasting mee.

