Heffingsvrij vermogen: € 59.357 per persoon in 2026, € 118.714 met partner — en wat erboven gebeurt
Het heffingsvrij vermogen is de vrijstelling in box 3: het bedrag van je vermogen (bezittingen minus schulden op 1 januari) waarover geen belasting wordt berekend. In 2026 is het € 59.357 per persoon en € 118.714 voor fiscale partners samen; het wordt afgetrokken van de rendementsgrondslag, niet van elke vermogenssoort apart.
Hoe het wordt toegepast: eerst wordt de rendementsgrondslag bepaald (bezittingen minus schulden boven de schuldendrempel), daarna het heffingsvrij vermogen ervan afgetrokken. Het fictieve rendement wordt naar rato over het resterende deel berekend, zodat de mix van sparen en beleggen doorwerkt. Onder het heffingsvrij vermogen is de aanslag nul, ook bij beleggingen.
Wat het waard is: bij alleen spaargeld scheelt de vrijstelling maximaal € 59.357 × 1,28 % × 36 % ≈ € 274 per jaar; bij beleggingen € 59.357 × 6,00 % × 36 % ≈ € 1.282. Fiscale partners mogen het vermogen vrij verdelen in de aangifte, wat bij ongelijk vermogen niets verandert aan de som maar wel aan wie de aanslag krijgt.
Bijna verlaagd: in het oorspronkelijke Belastingplan 2026 zou het heffingsvrij vermogen dalen naar € 51.396 om de verhoging van het beleggingsforfait te dekken; het amendement dat het forfait op 6,00 % zette, liet ook de vrijstelling op € 59.357. Het bedrag wordt jaarlijks bij het Belastingplan vastgesteld en niet automatisch geïndexeerd.
Andere vrijstellingen: contant geld tot € 682 (2026), groene beleggingen tot een eigen plafond met extra heffingskorting, uitvaartverzekeringen en het niet-opgenomen deel van bepaalde lijfrentes. Die staan los van het heffingsvrij vermogen en verlagen de grondslag vóór de aftrek.
Reken uit hoeveel je vermogen op 1 januari boven de vrijstelling zit en welk deel daarvan beleggingen zijn: dat is het bedrag dat de aanslag bepaalt. Richify houdt het saldo per peildatum vast, zodat de aangifte in maart niet met een schatting hoeft.

