Spaargeld: depositogarantie tot € 100.000, box 3 tegen 1,28 % en wanneer sparen reëel verlies is
Spaargeld is het geld op spaar- en depositorekeningen bij banken. Het valt onder het depositogarantiestelsel van De Nederlandsche Bank, dat per persoon per bank € 100.000 garandeert, en wordt in box 3 belast tegen het spaarforfait (1,28 % in 2026, voorlopig) over het deel boven het heffingsvrij vermogen.
Depositogarantie: € 100.000 per persoon per bankvergunning, dus € 200.000 op een en/of-rekening van twee personen, en tijdelijk € 500.000 extra voor geld uit de verkoop van een eigen woning gedurende drie maanden. Meerdere merken kunnen onder één vergunning vallen, dan telt de grens eenmaal; de DNB-lijst toont welke.
Belasting: over spaargeld boven het heffingsvrij vermogen (€ 59.357, € 118.714 met partner) rekent box 3 1,28 % fictief rendement, belast tegen 36 %, effectief 0,46 % van het bedrag. € 100.000 spaargeld alleenstaand kost zo ongeveer € 187 per jaar. Beleggingen worden met 6,00 % forfait bijna vijf keer zwaarder belast; de mix op 1 januari bepaalt de aanslag.
Reëel: met een spaarrente van 2 % en een inflatie van 3 % verliest spaargeld elk jaar 1 % koopkracht, plus de box 3-belasting. Sparen is daarom voor de buffer en voor geld dat binnen enkele jaren nodig is, niet voor de lange termijn. Een buffer van drie tot zes maanden uitgaven is de gangbare vuistregel; het Nibud rekent per huishouden een bufferbedrag uit.
In de planning: spaargeld is de eerste bron voor de overbrugging tot de AOW-leeftijd en voor grote uitgaven; deposito's met vaste looptijd leveren meer rente tegen minder flexibiliteit. Spreiden over banken houdt elk saldo onder de garantiegrens en maakt het vergelijken van rentes eenvoudiger.
Houd per bank het saldo onder € 100.000 en per 1 januari de verdeling tussen sparen en beleggen scherp: de eerste regel beschermt je geld, de tweede bepaalt je aanslag. Richify waarschuwt bij het overschrijden van de garantiegrens en toont het reële rendement van elke spaarrekening.

